Menu

Opinie: Waardeer de wethouder

De telefoon gaat. Het is Nathan. Nathan is de voorzitter van de politieke partij waar David lid van is. David is manager bij “Het Omzien”, een goed lopende zorgonderneming voor mensen met een verstandelijke beperking. “Ha David, ik heb een vraag voor je. De partij gaat meedoen aan de coalitie en we mogen een wethouder leveren. Zou je mij vanmiddag kunnen laten weten of je het doet?”. Die ochtend loopt alles anders voor David. Hij overlegt kort met zijn vrouw en probeert hun kinderen van 10 en 7 eenvoudig uit te leggen wat hem is gevraagd. “Papa moet nadenken of hij ander werk gaat doen”, zegt David. “Wat moet u doen en voor hoe lang?”, vraagt de oudste.

-“Euh, dat weet je eigenlijk nooit in de politiek”. “Kun je je ei erin kwijt?”, vraagt Davids vrouw door. -“Ik denk van wel. Ik denk dat ik de mensen die ik nu help bij Het Omzien op een andere manier kan helpen. Door meer richting te geven aan de manier waarop de overheid met zorgvragen omgaat. Ik moet nú een knoop doorhakken. Ik doe het!”. De volgende dag zegt David zijn baan op en hij wordt een dag later geïnstalleerd als wethouder. 

Zo snel kan het gaan. Een onzekere toekomst tegemoet en een goede baan achterlatend. Zo snel als het komt, zo snel kan het afgelopen zijn. Een wethouderschap kan onaangekondigd, abrupt en onverwacht tot een einde komen. Het politieke afbreukrisico is aanzienlijk. Eén op de drie wethouders haalt de eindstreep van de bestuursperiode niet. Vaak niet eens door toedoen van eigen falen, maar omdat de gemeenteraad zich niet kan vinden in de besluitvorming en de wethouder noodgedwongen de eer aan zichzelf moet houden. Zo werkt onze democratie en dat is een groot goed.

Het afbreukrisico, het vergrootglas waaronder wethouders werken, de werkdruk en de omloopsnelheid verhogen de drempel om wethouder te worden. Om maar te zwijgen van de druk die wordt uitgeoefend door belanghebbenden als de inwoners, media, bedrijven, andere overheden, belangengroeperingen en andere georganiseerde of niet georganiseerde partijen. Dit vergt stuurmanskunst van wethouders.

Het takenpakket van gemeenten – en daarmee de wethouders – is de laatste jaren fors toegenomen. Met deze toegenomen verantwoordelijkheid zijn de verwachtingen én het afbreukrisico toegenomen. De rechtspositie die wethouders hebben is desondanks de laatste jaren behoorlijk ingeperkt. Er is geen ontslagbescherming, geen ruimte om te onderhandelen over een arbeidsovereenkomst, salaris of uren. Ook de uitkering die wordt verstrekt nadat een wethouder is afgetreden is fors versoberd en staat keer op keer ter discussie. Desondanks worden wethouders toch vaak beschuldigd van zakkenvullerij of graaierij.

Zo ook laatst bij een voormalig wethouder die naast zijn nieuwe baan meerdere jaren een aanvullende vergoeding ontving. Politici hebben alleen in zeer uitzonderlijke gevallen recht op een uitkering tot hun pensioen. Deze voormalig wethouder heeft daar recht op, maar wel op grond van een regeling die nu drastisch is aangepast. De ophef die ontstond wakkert een roep tot verdere versobering aan. Daar zou ik een halt toe willen roepen! Wij moeten een uitgeklede regeling, door een ervaring met de oude regeling, niet nog verder verslechteren. Dan schieten wij onszelf in de voet.

Wij zijn in Nederland gebaat bij een goed bestuur. Wij behoren tot de top van best bestuurde landen, met een grote tevredenheid onder onze inwoners, zo constateert het Sociaal Cultureel Planbureau gelukkig ieder jaar. Maar dit staat wel onder druk.

Door incidenten rond integriteit (ja, die zijn er, maar het zijn echt incidenten) en de eindeloze discussie over de uitkering (het wachtgeld) voor wethouders zoals het voorbeeld hierboven, verliest het ambt zijn aantrekkelijkheid. Daar doen wij onszelf als samenleving tekort mee. Wij lopen het risico in een neerwaartse spiraal terecht te komen. Als het ambt minder aantrekkelijk wordt, zal de kwaliteit die nodig is afnemen, de ontevredenheid toenemen en het animo om de stap te wagen verder dalen.

De historie leert ons veel over besturen. In Jesaja staat “Gelijk het volk, alzo zal de priester wezen; gelijk de knecht, alzo zijn heer”. De Franse contrarevolutionair Joseph de Maistre (1753-1821) drukte zich anders uit: “Elk volk krijgt de regering dat het verdient”. Hij was tegen de idealen van de Franse revolutie en wenste een absolute monarchie gerechtvaardigd door God.

Het lekenbestuur dat wij hebben, roeit met de riemen die zij heeft. Financiële tekorten zijn aan de orde van de dag, maar toch wordt er met man en macht gewerkt om iedereen binnen boord te houden. Schrijfster Marianne Zwagerman liep onlangs een dag mee als wethouder in Barendrecht. Zij gaf aan onder de indruk te zijn van wat wethouders op hun bordje hebben. Zij hoeven geen schouderklopje, maar wat meer waardering in de samenleving zou goed zijn. Laten wij onszelf oproepen iets milder te oordelen over ons openbaar bestuur. Wethouders doen stuk voor stuk hun best om hun gemeente iedere dag een stukje mooier te maken. Laten wij in elk geval stoppen wethouders uit te maken voor zakkenvuller of graaier.

Jeroen van Gool,
Directeur van de Wethoudersvereniging

 

NB. Dit opiniestuk is d.d. 7 november 2019 geplaatst in het Nederlands Dagblad. Het opiniestuk is hier terug te vinden: https://www.nd.nl/nieuws/opinie/het-afbreukrisico-voor-wethouders-is-hoog-dus.3664639.lynkx

U bent hier

Deel deze pagina