Menu

Reiskosten

Woon-werkverkeer
In het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers is bepaald dat wethouders recht hebben op een vergoeding voor woon-werkverkeer.

De vergoeding voor woon-werkverkeer is € 0,19/km netto bij gebruik van de eigen auto of de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer (OV).

De vergoeding voor woon-werkverkeer is aangewezen als eindheffingsbestanddeel. Hiervoor geldt een gerichte vrijstelling.

Onder woon-werkverkeer wordt verstaan de reisafstand tussen de woning en het gemeentehuis. Parkeerkosten kunnen niet gedeclareerd worden bij woon-werkverkeer. Veer- en tolkosten kunnen wel worden vergoed bij gebruik van de eigen auto voor het woon-werkverkeer.

Taxikosten
De kosten voor taxi vallen buiten de omschrijving van openbaar vervoer en mogen niet worden vergoed, tenzij er sprake is van gecontracteerd vervoer en de taxi fungeert als dienstauto.

Ook geldt een uitzondering als sprake is van een functionele beperking bij de ambtsdrager. In die twee gevallen kunnen taxikosten wel worden vergoed.

Ter beschikking gestelde auto
Het college kan ten laste van de gemeente één of meerdere (dienst)auto’s ter beschikking stellen in het kader van de ambtsvervulling. In het rechtspositiebesluit Decentrale politieke ambtsdragers worden drie vormen van ter beschikking stelling van een auto mogelijk gemaakt:

  1. (dienst)auto’s/gecontracteerd vervoer voor gemeenschappelijk gebruik (zakelijk).
  2. Ter beschikking gestelde auto voor zakelijke en bestuurlijk gebruik,
  3.  (lease)auto voor individueel gebruik (zakelijk, bestuurlijk en privé).

1. Ter beschikking gestelde auto gemeenschappelijk gebruik

Dienstauto’s of gecontracteerd vervoer op afroep voor gemeenschappelijk gebruik kunnen alleen voor zakelijke doeleinden worden gebruikt. Onder zakelijk gebruik wordt fiscaal zakelijke gebruik verstaan. Het gaat dan om ritten voor het woon-werk verkeer, dienstreizen en ritten voor ambtsgebonden (q.q.) functies. Bij alléén zakelijk gebruik hoeft geen rittenadministratie te worden bijgehouden

2. Ter beschikking gestelde auto voor zakelijk en bestuurlijk gebruik

Deze ter beschikking gestelde (dienst)auto wordt zowel voor zakelijke als bestuurlijke doeleinden gebruikt. Met bestuurlijke doeleinden worden ritten bedoeld die de fiscus weliswaar als privé aanmerkt maar dit niet echt zijn. Het gaat om ritten die een ambtsdager maakt in het kader van zijn of haar nevenfuncties die hij of zij uitoefent in hoedanigheid van wethouder of burgemeester.

Voor deze auto dient wel een rittenadministratie te worden bijgehouden. Wanneer het college van B &W (uitdrukkelijk) heeft geoordeeld dat een nevenfunctie in het belang van de gemeente is, worden de ritten gemaakt in het kader van die nevenfunctie, aangemerkt als bestuurlijk.

Mocht er een bijtelling plaatsvinden over deze ritten dan heeft een wethouder of burgemeester recht op compensatie. 

3. (Lease)auto voor individueel gebruik (zakelijk, bestuurlijk en privé)

Het college kan besluiten dat een ter beschikking gestelde auto ook privé wordt gebruik. Deze ter beschikking gestelde auto kan dan zowel voor het ambt als voor het privéleven worden gebruikt.

Voor het privégebruik van een ter beschikking gestelde auto moet de ambtsdragers een maandelijkse bijdrage aan de gemeenten betalen en daarnaast geldt de bijtellingsregeling van de belastingdienst. De belasting die moet worden betaald via de bijtellingsregeling wordt niet vergoed. De maandelijkse bijdrage aan de gemeente voor het privégebruik kan wel in mindering worden gebracht op de fiscale bijtelling.

Artikel 3.8 van de Rechtspositieregeling bevat de regels voor de vaststelling van de maandelijkse bijdrage en andere nadere voorwaarden voor een ter beschikking gestelde auto (voor ook) privégebruik.

Dienstreizen
Voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt met de eigen auto geldt een reiskostenvergoeding van € 0,19 per km (onbelast).

Tevens kunnen de parkeer-, veer- en tolkosten worden vergoed. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

Bij gebruik van het openbaar vervoer voor dienstreizen worden de kosten volledig vergoed.

De kosten voor (trein)taxi vallen buiten de omschrijving van openbaar vervoer.

De reiskostenvergoeding voor dienstreizen  is onder de werkkostenregeling aangewezen als eindheffingsbestanddeel. Hiervoor geldt een gerichte vrijstelling.

Art. 3.2.9, 3.2.10 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Art. 3.6 & 3.8 Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers

U bent hier

Deel deze pagina