Menu

Ziekte en Zwangerschap

Ziekte/arbeidsongeschiktheid
Een wethouder kan door ziekte/arbeidsongeschiktheid kortere of langere tijd niet in staat zijn het wethouderschap uit te oefenen.

Tijdens die periode worden zijn/haar werkzaamheden tijdelijk opgevangen door de overige wethouders op basis van de vastgestelde onderlinge vervangingsregeling of door een herverdeling van de portefeuilles.

Zolang een wethouder ziek is en geen vervanging door benoeming van een vervanger plaatsvindt, wordt de bezoldiging en onkostenvergoeding van de desbetreffende wethouder volledig doorbetaald.

Als een ziekte wethouder verlof is toegekend wordt zijn/haar onkostenvergoeding gehalveerd.

Bedrijfsgeneeskundige begeleiding
Een wethouder valt niet onder de wetgeving voor ambtenaren en overige werknemers zoals de Wet poortwachter,  de Ziektewet of de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Een zieke wethouder hoeft zich dan ook formeel gezien niet te wenden tot de bedrijfsgeneeskundige begeleiding. Maar het staat de wethouder vrij dat wel te doen en kan er vrijwillig voor kiezen om de arbo-arts te consulteren. Op grond van het Rechtspositiebesluit hebben politieke ambtsdragers ook aanspraak op (vrijwillige) bedrijfsgeneeskundige zorg.

Ontslagmomenten
De ontslagmomenten zijn voor een zieke wethouder hetzelfde als voor een niet-zieke wethouder. Als een wethouder tijdens zijn ziekte stopt, dan eindigt ook de bezoldiging en de onkostenvergoeding. De wethouder heeft dan recht op een Appa-uitkering.

Vervangingsregeling bij zwangerschap en langdurige ziekte
Wanneer de ziekte langer duurt - en een arts verwacht dat het herstel niet binnen acht weken plaats vindt- of er is sprake van zwangerschap dan kan de vervangingsregeling worden toegepast. De aanspraak hierop is geregeld via de Gemeentewet en het rechtspositiebesluit.

Een wethouder verzoekt dan om verlof in verband met zwangerschap of ziekte (waarvan de verwachting is dat de functie niet binnen acht weken kan worden hervat). Het initiatief voor een verlofverzoek ligt in beide situaties bij de wethouder. Wettelijk gezien is een wethouder niet verplicht zwangerschaps- en bevallingsverlof of ziekteverlof op te nemen.

In het geval van langdurige ziekte kan de situatie zich voordoen dat de zieke wethouder niet in staat is zelf het verzoek te doen. In dat geval kan de burgemeester namens de wethouder het verzoek doen. Dit kan de burgemeester doen als de continuïteit van het gemeentelijk bestuur dringend vereist dat de wethouder wordt vervangen. De gemeenteraad gaat over de benoeming van de vervanger.

Verklaring arts
Het verlofverzoek in verband met de zwangerschap of langdurige ziekte moeten worden onderbouwd met een verklaring van een arts. Dit kan ook de arbo/bedrijfsarts zijn.

Bij ziekte is het belangrijk dat voldoende feitelijke informatie wordt verstrekt waaruit blijkt dat betrokkene niet in staat is om binnen acht weken de functie te hervatten.

In het geval van zwangerschap mag het ook een verklaring van een verloskundige zijn.

Einde verlof
Het verlof eindigt van rechtswege na zestien weken en mag in een raadsperiode ten hoogste drie maal worden verleend (3x16 weken). Het college moet zo spoedig mogelijk beslissen over een verlofverzoek, uiterlijk veertien dagen na ontvangst.

Rechtspositie Vervangende wethouder
De raad heeft de mogelijkheid een vervanger te benoemen. De vervanger is van rechtswege ontslagen met ingang van de dag dat het zwangerschaps- of ziekteverlof van de vervangen wethouder eindigt.

De vervanger is een volwaardig lid van het college. Dit betekent dat hij op dezelfde wijze wordt benoemd als de overige leden. Er moet dus een eed of belofte worden afgelegd. Ook gelden dezelfde bepalingen voor onverenigbare betrekkingen, nevenfuncties en verboden handelingen.

De vervanger bouwt geen Appa rechten voor pensioen of uitkering op. Voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden wordt een vast bedrag uitgekeerd naar de grootte van de gemeenteklasse, waarmee de vervangende wethouder zelf een voorziening kan treffen. De vervanger kan daarmee zelf voorzien in pensioenopbouw door middel van een verzekering of storting in een voor hem/haar bestaande pensioenvoorziening voor zover die daartoe de mogelijkheid biedt.

Verder heeft de vervanger dezelfde aanspraken.

Indien de tijdelijke vervanger voortijdig ontslag neemt of door de gemeenteraad wordt ontslagen, kan de gemeenteraad voor de resterende periode van het verlof een nieuwe tijdelijke vervanger benoemen.


Art. 45, 45a en 45b Gemeentewet 
Art. 3.2.13, 3.2.15, 3.3.5 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers 

U bent hier

Deel deze pagina