Onderzoek 'Aftreden of optreden?'

Een wethouder die, om een motie van wantrouwen te voorkomen, de eer aan zichzelf houdt, nadat een e-mail uitlekt dat hij tegen de wens van de raad toch een vergunning wil verlenen voor de verhuizing van een coffeeshop.

Een wethouder die aftreedt nadat hij zelf constateert dat het vertrouwen broos is geworden. Maar ook een wethouder die aftreedt omdat het debat over zijn gedrag langdurig aanhoudt nadat hij een burger die hem kritisch volgde voor dorpsgek had uitgemaakt. Wie er de kranten en vakbladen op naslaat, kan regelmatig berichtgeving over aftredende wethouders lezen. Er wordt dan ook gesproken over ‘records’ die verbroken worden in het aantal wethouders dat per jaar aftreedt. Wat opvallens is, is dat er vaak wordt gesproken in termen van persoonlijke schuld en falen van de wethouder.

Welke rol en betekenis is voor aftreden weggelegd als de verantwoordelijkheid van de wethouder niet in termen van persoonlijke schuld wordt gezien? Dat is de centrale vraag in het essay ‘Aftreden of optreden’, dat tot stand is gekomen in opdracht van de Wethoudersvereniging.

In het zoeken naar dat andere perspectief op aftreden nemen we als uitgangspunt dat de wethouder niet alleen een persoon is, met een naam, een loopbaan en een politieke kleur, maar dat het ook een ambt is. Dat ambt draagt politieke verantwoordelijkheid; een wethouder is een vervuller van het ambt dat onderdeel is van een politieke orde. Aftreden heeft in deze orde een symbolische, of preciezer nog, een rituele waarde. Het is een betekenisvolle manier van reiniging of herstel als de politieke orde is aangetast. De vraag wat aftreden en optreden betekenen voor de symbolische orde van het politieke en voor de positie van politiek in de samenleving zal elke wethouder zich moeten stellen als zijn positie ter discussie staat. 

Aftreden of optreden thumbnail