Deeltijdwethouders: eerst begrijpen, dan oordelen
In @BNDeStem verscheen dit weekend een artikel over wethouders die hun ambt voor 0,95 fte vervullen. Wij werden daarvoor geïnterviewd. Een paar aanvullingen van onze kant, want het onderwerp verdient meer dan een snelle conclusie.
De Wethoudersvereniging is kritisch op deeltijdaanstellingen van 0,95 fte. Wethouders werken meer dan 50 uur per week, ongeacht hun aanstelling. Dat is geen aanname van ons: de Basismonitor Politieke Ambtsdragers laat zien dat wethouders met een aanstelling van ca. 85 procent gemiddeld 52 uur per week aan het ambt besteden.
Toch kiezen gemeenten er nog altijd voor. Wie wil begrijpen waarom, moet dat doen op basis van feiten - niet op onderbuikgevoel of snelle conclusies die lekker klinken. Op dit moment loopt er, in opdracht van het ministerie van BZK en in samenwerking met onder meer de Wethoudersvereniging, onderzoek naar de motieven voor en de voor- en nadelen van het deeltijdwethouderschap. Zolang dat niet is afgerond, is elke stevige conclusie prematuur.
Want de werkelijkheid is verre van eenduidig. Wij hebben zelf eerder deeltijdwethouders geïnterviewd en bevraagd op dit onderwerp. Slechts ongeveer een kwart gaf aan dat deeltijd een eigen keuze was; voor een groot deel was het een uitkomst van politieke onderhandelingen. Zo zijn er colleges waarin alle wethouders 0,95 fte hebben, zodat de coalitie breder kan zijn zonder dat dit meer kost. Of er speelt de wens om een bezuiniging op bestuurders te laten zien in een tijd waarin ook elders wordt bezuinigd. Een politieke afweging dus, geen persoonlijke, en met goedkeuring van de gemeenteraad.
Daarnaast lijkt mee te spelen dat het wethouderschap onzeker is. Ondernemers zijn niet altijd bereid hun bedrijf te beëindigen voor een functie die soms maar een paar maanden duurt. Ook is openbaarmaking van inkomsten uit dat bedrijf privacygevoelig, zeker in de kleinere gemeenten waar deeltijdwethouders vaker voorkomen.
En dan is er nog een derde beeld: deeltijdwethouders zijn vaak ouder, soms al gepensioneerd. Ervaren mensen die hun kennis nog willen inzetten, maar niet meer voltijds. Ook dat is een verklaring, met heel andere consequenties.
Drie beelden, drie verschillende verhalen. Welk beeld overheerst en wat dat ons zegt, is precies wat we willen weten voordat we stevige uitspraken doen. Zeker als het gaat om morele kwalificaties over individuele bestuurders. Die verdienen beter dan een oordeel dat vooruitloopt op de feiten.
Als we begrijpen waarom gemeenten voor deeltijd kiezen, kunnen we de vraag beantwoorden die er werkelijk toe doet: hoe zou betere wetgeving eruitzien? Zodra de onderzoeksresultaten er zijn, reageren wij daarop en komen we met een voorstel.